Afgelopen dinsdag was ik één van de gelukkige genodigden bij de opening van het gerenoveerde Postillion Hotel in Bunnik. Een hotel dat zijn functie als betonnen camping in de stad ver voorbijstreeft. Postillion heeft een interessante visie op het nieuwe werken waar ik veel vertrouwen in heb, maar niet iedereen denkt er hetzelfde over.

Het nieuwe werken is een term die de laatste 15 jaar te pas en te onpas wordt gebruikt. Helaas is het ‘buzzword’ al een groot deel van zijn geloofwaardigheid verloren. Dinsdag werd mij duidelijk waarom. In een lagerhuisdebat dat volgde op de mini spreekbeurten van Ronald van den Hoff, Menno Lanting en Hans Poortvliet, sprak men volledig langs elkaar. Blijkbaar heeft 15 jaar in de wacht staan het nieuwe werken geen goed gedaan. Er is een absolute wildgroei aan definities ontstaan. Zo sprak één van de gasten over thuis werken met hyperactieve kinderen, een piepende wasmachine en kokende piepers. Absolute nonsens volgens een statige man, die duidelijk iedere dag op een andere locatie werkte.

Ik heb de indruk dat het nieuwe werken nooit meer zal worden dan een discussiepunt zolang er geen duidelijke definitie is. Laat ik voorop stellen dat ik niet de indruk heb dat mijn definitie de juiste is, maar mijn kijk op de zaak zal wellicht het een en ander verhelderen. In mijn visie gaat het nieuwe werken om het bereiken van een voorgedefinieerd doel, waarbij de verantwoordelijke zelf de tijd, plaats en weg kiest om het doel te behalen.

De resultaatgerichte organisatie
In mijn woonplaats Deventer werkt het overgrote deel van de beroepsbevolking in de maakindustie. Vrijwel alle bedrijven in deze categorie zijn al sinds de introductie van de lopende band inspanningsgericht. In deze bedrijven word je aan het einde van iedere maand afgerekend op het saldo van uren tussen het in en uitklokken. Als je geluk hebt heb je één maal per jaar een beoordelingsgesprek over de manier waarop je jouw taken invult. Overigens maken ook de meeste kantoren zich schuldig aan inspanningsgericht ondernemen. Zeg nou zelf, we hebben allemaal wel eens op een kantoor gewerkt waar je collega de kantjes er af liep. Denk nog even terug aan de frustratie toen jouw leidinggevende dat niet opmerkte.

Om het nieuwe werken een kans te geven moeten we over van inspanning- naar resultaatgerichte organisaties. In deze bedrijven geven managers hun medewerkers de ruimte om een voorgedefinieerd takenpakket binnen bepaalde kaders uit te voeren. Deze kaders kunnen zijn tijd, budget, richtlijnen en locatie… maar nooit meer allemaal tegelijk. De ruimte om te bewegen binnen deze gestelde kaders is van cruciaal belang. Het resultaat zal zijn dat de ene medewerker 7 uren nodig heeft voor een taak waar zijn collega 8 uur over doet. Maakt dat de andere collega beter of slechter? Niet zolang de beloning gelijk blijft en de kwaliteit van het geleverde werk identiek blijkt te zijn. Zo kan het dus voorkomen dat collega’s er voor kiezen om thuis te werken, wellicht zelfs tot half vier ’s nachts. Alleen voor een resultaat gerichte organisatie waar gecontroleerd wordt op de output van haar medewerkers is dit geen probleem.

Ik voorspel gouden tijden voor veranderingsmanagement en blijf het nieuwe werken met veel plezier voordoen zolang het nodig is!

 

2 Comments

  1. Ben Bekema

    Het nieuwe werken draait om de vier V’s: vrijheid, verantwoordelijkheid, vertrouwen en verbinden. In elke branche en beroepsgroep krijgt dat een eigen uitwerking. Simpel.

    • admin

      Dat is een mooie en bondige definitie. Ik ben benieuwd hoe anderen er over denken. Heeft in jouw beleving het nieuwe werken ook met een veranderende mobiliteit te maken? Enerzijds arbeidsmobiliteit, anderzijds gewoon geografische mobiliteit?

Reactie achterlaten

Your email address will not be published.Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>